Faculteit der Rechtsgeleerdheid (FdR)

Staatsrechtconferentie 2008

Gepubliceerd op 16 oktober 2008

Workshops Staatsrechtconferentie 2008

Workshops

Het middaggedeelte van de conferentie bestaat uit de analyse van verschillende specifieke vraagstukken of casus in workshops. De bedoeling is dat de uiteenzettingen in de ochtend de achtergrond vormen waartegen deze deelvragen worden belicht. De sprekers die in de ochtend optreden zal daarom worden verzocht zo mogelijk aan deze deelvragen aandacht te besteden.‘s Middags staat het positieve en wenselijke Nederlandse recht en beleid centraal in de volgende workshops:

1. Rechterlijke oordeelsvorming over religie

De rechterlijke oordeelsvorming is op godsdienstig en levensbeschouwelijk terrein geen sinecure. Zo zal de rechter bijvoorbeeld moeten beoordelen of er sprake is van een godsdienst (of levensovertuiging) in grondrechtelijke zin, of een bepaalde gedraging als grondrechtelijk beschermd belijden moet worden beschouwd en hoe de ernst van een beperking zich verhoudt tot het belang van het met de beperking gediende doel. Is dit van oudsher al geen eenvoudige opgave (Mariakapel op plaats van verschijning), de individualisering van de geloofswereld en de komst van uitheemse religies vergroten de dilemma's nog (o.a. Santo Daime; wateroffer; Satanskerk).

Voorzitter: prof. mr. I.C. Van der Vlies (UvA).

Inleiders:  prof. mr. J.A. Peters (hoogleraar Staatsrecht, Universiteit van Amsterdam) en mr. G. Boogaard (promovendus, Universiteit van Amsterdam).

Referent: nnb

2. Sturing, subsidie en neutraliteit

De overheid maakt onderscheid tussen religieuze stromingen wier fundamentalistische opvattingen haaks staan op de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat en andere meer ‘liberale' stromingen. Het is de vraag in hoeverre op dat onderscheid gebaseerd beleid, bijvoorbeeld het staken van de subsidie voor de SGP, het meewerken aan moskeebouw voorzover deze bedoeld is voor een als liberaal beschouwde stroming of het subsidiëren van een systeemvriendelijke islamsite, zich verdraagt met de eis van neutraliteit.

Voorzitter: mr. J.H. Reestman (UvA).

Inleider: drs. M.J.M. Maussen (universitair docent, Afdeling Politicologie, Faculteit Sociale Wetenschappen, Universiteit van Amsterdam).

Referent: mr. dr. H. Fernandes Mendes (Gemeente Amsterdam). 

3. Overheid en publieke moraal

Ook een plurale samenleving, waarin groepen met zeer uiteenlopende opvattingen naast of met elkaar leven, behoeft een (minimale) consensus. Volgens sommigen hoeven de gedeelde uitgangspunten niet verder te gaan dan het respecteren van het geweldsmonopolie van de overheid; volgens anderen zou een civiele religie wenselijk zijn. Gedeelde democratisch rechtstatelijke uitgangspunten nemen een tussenpositie in. De vraag is nu in hoeverre de overheid het totstandkomen van een bepaalde consensus mag stimuleren, verplicht doen aanleren in het onderwijs of zelfs opleggen.

Voorzitter: prof. dr. G.J.M. Van Wissen (UvA). 

Inleider: dr. C.M. Zoethout (universitair hoofddocent Staatsrecht, Universiteit van Amsterdam).

Referent: dr. J.W. Sap (Vrije Universiteit)

4. Religie en uitingsdelicten

In de strafwet ligt een verbod van godslastering, van belediging van groepen op grond van hun godsdienst, en van aanzetten tot haat, discriminatie en geweld tegen groepen op grond van hun godsdienst vast. Omgekeerd kunnen juist ook religieus geïnspireerde uitlatingen andere minderheidsgroepen treffen. Het is de vraag of de overheid in een plurale samenleving een zorgplicht heeft om - voor minderheden - kwetsende uitlatingen aan banden te leggen of dat minderheden moeten aanvaarden dat het zich zelf vrij en kwetsend kunnen uiten en het gekwetst kunnen worden door uitlatingen van derden twee kanten van dezelfde rechtsstatelijke medaille zijn (El Moumni, etc.).

Voorzitter: dr. A.W. Hins (UvA).

Inleider: mw mr. Ch. Samkalden (advocate te Amsterdam).

Referent: prof. dr. R.A. Lawson (Universiteit Leiden)

5. Overheid en religieuze organisaties

De overheid overlegt met enige regelmaat met islamitische groeperingen, zowel op landelijk als op lokaal niveau. De vraag is wat de functie van dergelijk overleg is en in hoeverre het beginsel van representativiteit bij dergelijke bijeenkomsten is gewaarborgd. In hoeverre is er sprake van openheid en toegankelijkheid voor nieuwe groeperingen?

Voorzitter: prof. mr. J.A. Peters (UvA).

Inleider: mr. S. Harchaoui (voorzitter Raad van Bestuur Forum, instituut voor Multiculturele Ontwikkeling en voorzitter Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling).

Lars Nickolson is mede-auteur van de bijdrage van Harchaoui

Referent: nnb.

6. Bescherming van de democratische rechtsstaat en vrijheid van godsdienst?

Recent onderzoek van de AIVD wijst op mogelijke aantastingen van de democratische rechtsorde als gevolg van de opkomst van de radicale dawa. Het gevaar bestaat dat deze rechtsorde niet meer aan alle burgers kan waarborgen waarvoor deze in het leven is geroepen en daarmee uiteindelijk in de kern wordt aangetast. De overheid stelt zich te weer door het nemen van bepaalde maatregelen (controle door AIVD, verstoring, etc). In hoeverre speelt de godsdienst (radicale overtuiging, bezoek van bepaalde moskee, etc.) een rol bij de beslissing om dergelijke maatregelen te nemen? Krijgt de vrijheid van godsdienst wel voldoende gewicht?

Voorzitter: prof. mr. A.J.C. Moor-van Vugt (UvA)

Inleider: de heer T. Bot is wegens omstandigheden helaas niet in staat om op te treden als spreker. In zijn plaats zal de heer Dercon, senior adviseur bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een inleiding houden.

Workshop 6 zit helaas vol, voor de 2de ronde kunt u zich nog inschrijven voor de workshops 5 en 7!

7. Botsing tussen vrijheid van godsdienst en rechten van vrouwen?

Bepaalde godsdienstig geïnspireerde normen leiden tot het maken van onderscheid tussen vrouw en man. Voorbeelden zijn niet moeilijk te vinden: het priesterschap binnen de katholieke kerk; de positie van de vrouw binnen de SGP; de verplichting voor een lerares op een islamitische school om een hoofddoek te dragen; de weigering van bepaalde orthodoxe moslims om vrouwen de hand te schudden, etc.). In hoeverre is hier sprake van een botsing tussen de vrijheid van godsdienst en de rechten van vrouwen en hoe dienen dergelijke conflicten in een plurale samenleving opgelost te worden?

Voorzitter: prof. mr. R. De Lange (Erasmus Universiteit Rotterdam

Inleider: prof. dr. M.L.P. Loenen (hoogleraar Vrouw en Recht, Universiteit Utrecht).

Bron: Staatsrechtconferentie 2008
|